Actueel augustus 2011

U moet minsten één trefwoord met 3 of meer karakters opgeven.

Het is nu al meer dan drie maanden sinds Martelly de eed aflegde als president, en er is nog steeds geen eerste minister. Martelly stelde twee kandidaat premiers voor, maar ze werden allebei niet aanvaard door het parlement. Zolang er geen regering is, kan er niet serieus gestart worden met de heropbouw en de plannen van Martelly om het onderwijs gratis te maken.

Martelly stelde eerst de econoom en zakenman Rouzier voor als premier. De meerderheid van de parlementsleden stemde tegen deze door de president beoogde premier. Voor Martelly was dit zijn eerste grote politieke nederlaag. Sinds 1987, toen de nieuwe grondwet van kracht werd, is het de eerste maal dat het parlement een door de nieuwe president voorgestelde premier wegstemt. De reden waarom Rouzier werd afgewezen is onduidelijk. Maar het is een feit dat de partij van Rouzier slechts 3 zitjes heeft in het parlement, terwijl de partij van aftredend president René Préval, Inite, er een ruime meerderheid heeft. Préval had de leden van Inite nochtans opgeroepen om de nieuw verkozen president geen stokken in de wielen te steken.
Na de afwijzing van Rouzier stelde Martelly de jurist Gousse voor als premier. Gousse was minister van justitie in de overgangsregering van 2004 – 2006, die er kwam nadat president Aristide het land was uitgedreven. Tijdens die periode werden verschillende mensen gearresteerd die nu in het parlement zitten. Het was dan ook te verwachten dat het parlement ook de tweede door Martelly voorgestelde kandidaat voor het premierschap zou afwijzen.
President Martelly probeert nu te overleggen met het parlement om een kandidaat-premier te vinden die voor alle partijen aanvaardbaar is. Ondertussen worden de lopende zaken afgehandeld door voormalig president Préval en de regering onder leiding van aftredend premier Bellerive. Er kunnen door hen geen beslissingen genomen worden op lange termijn.

Heropbouw

Meer dan 19 maand na de aardbeving leven er nog ongeveer 630 000 personen in tentenkampen. Onmiddellijk na de aardbeving waren dat er meer dan een miljoen. Het herhuisvesten van deze mensen blijft een van de grootste uitdagingen voor de politiek verantwoordelijken.
Op 15 juni legden Martelly en Bill Clinton, de medevoorzitter van de commissie voor de wederopbouw, de eerste steen voor de bouw van 400 sociale woningen. Het is totnogtoe het enige initiatief wat betreft de wederopbouw. Ondertussen wordt er door verschillende organisaties druk uitgeoefend op president Martelly om te zorgen voor huisvesting voor de ontheemden. Maar zoals gezegd kan er niet veel gerealiseerd worden omdat er nog geen regering is.

Verdrijving uit voetbalstadion

In juli werden de families die een onderkomen gezocht hadden in het voetbalstadion van Port-au-Prince verplicht om op te hoepelen. In het stadion zouden opnieuw voetbalmatchen gespeeld moeten worden.
Van de meer dan 500 families kregen er een honderdtal een kleine vergoeding. Ze werden verwezen naar een klein terrein in de buurt van de zee, waar geen toiletten waren en geen stromend water.
Zoals dat in het stadion zijn er nog verschillende tentenkampen in de hoofdstad waarvan de bewoners bedreigd worden met uitzetting, omdat de eigenaars van de terreinen hen weg willen. Van overheidswege is er meestal geen enkele vorm van omkadering of begeleiding van de ontheemden, die op goed geluk zelf op zoek moeten gaan naar een nieuw onderkomen.
Erger nog, de overheid zelf verdrijft soms mensen uit hun tentenkampen. Zo gaf de burgemeester van Delmas, een deelgemeente van Port-au-Prince, de opdracht om verschillende tentenkampen te ontruimen. Een speciale eenheid van de politie vernielde met bulldozers de tenten waarin de mensen een onderkomen hadden gezocht. Ze konden wel op voorhand hun persoonlijke bezittingen in veiligheid brengen. Alleen vrouwen met baby’s kregen een kleine geldsom.
De burgemeester zei met deze actie de openbare ruimte weer te willen teruggeven aan het publiek. Ze kunnen volgens hem niet het privé-bezit van een aantal burgers zijn.
Tegen deze acties is er fel protest van mensenrechtenorganisaties. Ze eisen dat de overheid maatregelen neemt om en einde te maken aan dit soort acties.

Cholera

Verschillende wetenschappers hebben opnieuw bevestigd dat de Nepalese blauwhelmen de cholera-epidemie in Haïti veroorzaakten. Sinds oktober 2010 zijn al meer dan 5500 mensen door de ziekte overleden. Men schat dat er meer dan 300 000 mensen besmet werden. Verschillende sociale organisaties klagen de onverschilligheid aan van de Minustah, de missie van de Verenigde Naties waar de Nepalese soldaten deel van uitmaken. Ze eisen een fikse schadevergoeding om de slachtoffers van de epidemie en hun nabestaanden te vergoeden.
De cholera-epidemie verspreidt zich omdat er op vele plaatsen geen zuiver drinkwater is en omdat de mensen niet goed weten wat ze moeten doen om de ziekte te voorkomen. Op sommige plaatsen in Haïti moet men urenlang stappen om het dichtstbijzijnde gezondheidscentrum te bereiken, dat dan nog meestal slecht uitgerust is om de zieken op te vangen.

Politie in opspraak

Mensenrechtenorganisaties klagen mistoestanden bij de politie aan. Mensen die zijn opgepakt door de politie worden in de commissariaten gemarteld en mishandeld. Tijdens ondervragingen is er dikwijls geen advocaat van de gearresteerde aanwezig. Soms worden verdachten geëxecuteerd en worden hun lichamen gedumpt zonder dat er iets vermeld wordt in de politieregisters.
Net op het moment dat de politie verdacht wordt van schendingen van de mensenrechten is het zuiveringsproces bij de politie gestopt omwille van een gebrek van middelen. Tijdens dit proces werden de politieagenten gecontroleerd door Haïtiaanse en buitenlandse onderzoekers om na te gaan of ze zich niet hadden misdragen.

Justitie

Justitie heeft een kwalijke reputatie in Haïti. Er zou een klimaat van straffeloosheid zijn, rechters zouden corrupt zijn, procedures zouden niet altijd gevolgd worden… Toch wordt er iets aan gedaan. Op 30 juni keerden 20 toekomstige magistraten terug uit Frankrijk waar ze sinds september 2010 een opleiding volgden aan de school voor magistraten van Bordeaux. Gedurende vijf maanden kregen ze een theoretische opleiding en daarna deden ze vijf maanden stage in Franse juridische instellingen. In augustus beginnen ze aan een vorming van zes maanden om vertrouwd te geraken met het Haïtiaanse juridische systeem. Het is de bedoeling om hen daarna te integreren in de Haïtiaanse justitie.

Inflatie

De voedselprijzen stijgen opnieuw sterk en dit heeft gevolgen voor de gezinnen die steeds moeilijker de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Duurdere prijzen betekenen dat er dagelijks minder maaltijden worden genomen. Op zijn beurt heeft dit dan weer gevolgen voor de gezondheid van zowel volwassenen als kinderen. De vraag wordt gesteld wat de toekomstige regering gaat ondernemen om een halt toe te roepen aan de stijgende prijzen van de levensmiddelen. Wat gaan de prioriteiten zijn in de begroting van 2011 – 2012?

Gratis onderwijs?

Stijgende voedselprijzen hebben ook effect op het onderwijs. Gezinnen die al hun inkomsten moeten besteden aan voedsel, houden geen geld meer over om het schoolgeld van hun kinderen te betalen. Het is dan ook nobel dat president Martelly streeft naar gratis onderwijs. Minder duidelijk is hoe dit gaat gerealiseerd worden. Er zijn wel verklaringen van Martelly -hij belooft dat 100 000 kinderen vanaf oktober 2011 gratis naar school kunnen – maar er zijn nog geen concrete plannen. De toekomstige regering staat voor grote uitdagingen. Veel openbare schoolgebouwen verkeren in een erbarmelijke staat. In sommige plaatsen wordt er gewoon les gegeven in tenten of onder bomen. Er is ook een tekort aan didactisch materiaal.

Nieuwe vrijhandelszone

Nadat in 2003 een vrijhandelszone werd opgericht in Ouanaminthe, waarbij veel vruchtbare landbouwgrond verloren ging, is men sinds januari 2011 begonnen met het aanleggen van een nieuw industriepark in Caracol. Door de werken gaat opnieuw veel landbouwgrond verloren. De plaatselijke boeren werden door niemand op de hoogte gebracht van de plannen. Pas toen arbeiders met zware machines aankwamen en alles vernietigden wat ze op hun weg tegenkwamen, werd duidelijk wat er ging gebeuren.
De boeren van Caracol verenigden zich en eisten van de Haïtiaanse staat een schadevergoeding voor de geleden verliezen. Sommige boeren hadden pas gezaaid, andere stonden op het punt om te oogsten. Naast een vergoeding voor de geleden schade eisten ze dat de staat hen nieuwe gronden zou geven om te kunnen bewerken.
De werken aan de vrijhandelszone begonnen na de ondertekening van een akkoord tussen de Haïtiaanse regering en de regering van de Verenigde Staten, met een partnerschap van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank. Het project gaat gerealiseerd worden in twee fases. Op korte termijn gaan er 20 000 arbeidsplaatsen gecreëerd worden en op lange termijn komen er 65 000 jobs in de sector van de onderaanneming.
De Amerikaanse regering en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank hebben zich geëngageerd om 140 miljoen dollar te investeren onder meer voor de productie van elektriciteit voor het industriepark en voor de bouw van 5000 woningen. Door het project gaat er meer dan 250 hectare vruchtbare landbouwgrond verloren.

Boerenprotest

In Hinche betoogden duizenden boeren gedurende meerdere uren tegen het herbestemmen van landbouwgrond voor de industrie, en voor voedselsoevereiniteit. Ze eisen van de toekomstige regering dat ze een halt toeroept aan de degradatie van de landbouw en de teloorgang van het milieu. De manifestanten scandeerden: “Wij willen een echte landbouwpolitiek.”

Het is duidelijk dat president Martelly en de toekomstige regering voor enorme uitdagingen staan.

Bart Van Malderen
8 september 2011

Meer artikels uit deze rubriek