Decentralisering: erg noodzakelijk maar niet door iedereen gewild

U moet minsten één trefwoord met 3 of meer karakters opgeven.

Het was al langer gekend, maar de aardbeving van 10 januari 2010 maakte het nog eens pijnlijk duidelijk. Haïti is een sterk gecentraliseerd land … « la République de Port au Prince » lacht men wel eens. Maar het geeft wel aan dat alle politieke en economische macht verzameld zit in Port au Prince.

Wanneer dat centrum dan getroffen wordt door een ramp van dergelijke omvang kan men nationaal enkel reageren met de blote hand. De Port-au-Princiens deden weinig of geen moeite om infrastructuur uit te bouwen in het binnenland voor onderwijs, gezondheidszorg, communicatie … laat staan aanwezig te zijn om de lokale mensen te ondersteunen in de uitbouw van een waardig leven. Continue inwijking maakt van Port-au-Prince dan ook één grote, tegen de hellingen opklimmende ongestructureerde monsterstad.

Met het verdrijven van dictator Jean Claude Duvalier op 6 februari 1986 startte een democratiseringsproces dat maar blijft sputteren. Met de nieuwe grondwet van 1987 werd de basis gelegd voor een nieuwe natie waarin alle Haïtianen ook ‘pèp la andeyo’ of de mensen van de buiten, hun democratische rechten kunnen uitoefenen, beschermd door de rechtsstaat. De nieuwe grondwet telt dan ook wel 43 artikels i.v.m. decentralisering, maar deze zijn niet precies en expliciet genoeg. Om het wetgevend werk sedertdien, vooral uit 1996, uitvoering te geven is nog aanvullend parlementair werk nodig.

Volgens de grondwet worden territoriale gemeenschappen opgedeeld volgens drie niveaus, die elk een raad (conseil) hebben, beperkt tot drie leden en een vergadering (assemblée) voor het beheer van de collectiviteit.

Het was al langer gekend, maar de aardbeving van 10 januari 2010 maakte het nog eens pijnlijk duidelijk. Haïti is een sterk gecentraliseerd land … « la République de Port au Prince » lacht men wel eens. Maar het geeft wel aan dat alle politieke en economische macht verzameld zit in Port au Prince. Wanneer dat centrum dan getroffen wordt door een ramp van dergelijke omvang kan men nationaal enkel reageren met de blote hand. De Port-au-Princiens deden weinig of geen moeite om infrastructuur uit te bouwen in het binnenland voor onderwijs, gezondheidszorg, communicatie … laat staan aanwezig te zijn om de lokale mensen te ondersteunen in de uitbouw van een waardig leven.

  • Het departement wordt gezien als een politiek – administratieve eenheid. Het is voorzien dat het departement samen met de centrale overheid het ontwikkelingsplan voor het departement opstelt en zijn eigen inkomsten beheert. Tot nog toe is er echter geen wettelijk kader om taksen te innen voor het departement. De politieke functie verloopt in theorie langs een interdepartementale raad, samengesteld uit leden van departementale vergaderingen, die met de uitvoerende macht in gesprek gaan over de organisatie van de decentralisatie.
  • De gemeente is een territoriale samenstelling bestaande uit de stad, de wijken (quartiers) en de gemeentelijke secties. Ze vormt een territoriale collectiviteit met een administratieve en financiële autonomie. Zijn operationele functie is verspreid over verschillende domeinen: inrichting van het territorium, onderwijs, sociaal-culturele activiteiten, economische ontwikkeling, het milieu, mensenrechten, veiligheid en het beheer van de locale fiscaliteit.
  • De gemeentelijke afdeling/sectie (section) is de ruimte voor participatie. Het is de kleinste administratieve eenheid in het land en maakt integraal deel uit van de gemeente. Maar de grondwet kent de gemeentelijke afdeling geen precies juridisch statuut toe. Feitelijk wordt de afdeling beheerd door zijn eigen drie vertegenwoordigers, de CASEC (Conseil d’Administration de la SEction Communale) en de ASEC (Assemblée de la SEction Communale). Elke afdeling vaardigt zijn eigen vertegenwoordiger af naar de gemeentelijke vergadering.

In de feiten komt het erop neer dat op dit moment enkel de gemeentelijke raad functioneel is, de CASEC en de ASEC. Al zijn dan de statuten – opdrachten en respectieve fiscaliteit of middelen niet verzekerd. er is al een stukje van de weg afgelegd. In dit decentraliseringproces duiken nogal wat moeilijkheden op. Het financieel aspect, het innen van voldoende taksen en middelen, is cruciaal voor de gemeentelijke autonomie en het functioneren van zijn diensten.

De inkomsten die een gemeente kan krijgen komen uit de bedrijfsbelasting, grondbelasting van gebouwen en huurlasten en worden geïnd door de Algemene Directie van Belastingen (DGI). Deze belastingen via DGI vormen 96 % van de inkomsten van de gemeenten. Een hoog percentage, maar in absolute cijfers betekende het bijvoorbeeld in 1997 amper 1,4 miljoen Euro voor 133 gemeenten! Aantrekken van bekwaam personeel, de dienstverlening uitbouwen op gemeentelijk vlak vraagt veel meer middelen. Naargelang de bron slagen 4 tot 6 gemeenten erin om financieel autonoom te zijn en daar zijn 5 hoofdstedelijke gemeenten bij. Het gaat om Port-au- Prince, Delmas, Pétionville, Carrefour, Croix des Boucquet en Cap Haïtien in het Noorden. Vraag daarbij is nog wel welke dienstverlening dan verzekerd is en hoe?

De mensen zijn niet erg regelmatig in het betalen van hun taksen en het inningsysteem is zeker ook niet waterdicht. Nogal wat mensen weigeren ook taksen te betalen omdat er geen diensten tegenover staan of omdat ze gewoon te arm zijn om taksen te betalen. In 1996 werd het CFGDCT (Contribution au Fond de Gestion et de Développement des Collectivités Territoriales) opgericht in een poging de gemeenten meer middelen te kunnen bezorgen vanuit de centrale overheid. De inkomsten komen uit taks op sigaretten, premies op verzekeringen, nummerplaten, vliegtickets, kansspelen e.a.. Maar ook dat blijkt te beperkt om de gemeenten armslag te geven en bovendien levert het de gemeenten helemaal over aan de goodwill van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de centrale overheid.
Na de aardbeving kwamen er veel verklaringen pro decentralisering, maar er werd weinig aan gedaan. Het parlement dat het wetgevend kader verder zou moeten uitwerken neemt geen initiatief. En eigenlijk hebben de volksvertegenwoordigers en de senatoren ook geen belang bij een verregaande en duidelijkere decentralisering. Op dit moment spelen zij immers een belangrijke rol in een weliswaar ongestructureerde decentralisering. Zij gaan bij de centrale overheid een schooltje bepleiten voor een gemeentelijke sectie of een gezondheidscentrum voor een andere gemeentelijke sectie. Bij een effectieve decentralisering zou dit vanuit het bestuur van de gemeentelijke sectie of de gemeente bepleit worden en dus zou hun prestige en dus hun invloed op hun kiezers verloren gaan. Politiek is hierbij herleid tot cliëntelisme, tot voordeel krijgen en geven, niet een programma uitvoeren. Er leeft veel perversiteit bij de verkozenen, die bijvoorbeeld het burgemeesterschap eerder als een opstapje naar volksvertegenwoordiger zien dan als een uitvoerende taak. Ook veel druk vanuit de centrale overheid werkt deze houding in de hand. In 2009 organiseerde toenmalig president René Préval een bijeenkomst van burgemeesters met de bedoeling hen te winnen voor INITE, de nieuwe partij die hij had opgericht om zo de verkiezingsoverwinning van 2010 – 2011 voor te bereiden, een echte recuperatiestrategie. Wie daarin niet mee stapt is heel dapper en zal ook geen gunsten oogsten bij de centrale overheid.

De dictatuur bestreed burgerzin bij de mensen. Burgerschap moet opnieuw opgebouwd worden en niet enkel bij verkozen, maar in alle sectoren. Er is initiatief van de centrale overheid nodig om tot een andere orde te komen. Maar er is ook een spanningsveld tussen centralisme en decentralisering. Suzy Castor van CRESFED pleit er enerzijds voor de centrale overheid voor zijn verantwoordelijkheid te stellen om de grondwet toe te passen en dus de decentralisering van het land effectief te organiseren. Anderzijds roept zij op om verkozenen en bevolking te vormen tot burgerschap en het toepassen van decentralisering.

Rhoddy Petit
7 april 2012

Lees ook:
www.collectif-haiti.fr/epfh.php Journée de réflexion Assemblée Nationale # Paris # 01.juin.2011
Organisations de Solidarité Internationale & Collectivités Territoriales
‘Comment mieux intervenir ensemble en Haïti au service d’une décentralisation effective’

Meer artikels uit deze rubriek