Een ander Haïti is nog steeds mogelijk!

U moet minsten één trefwoord met 3 of meer karakters opgeven.

Het Vlaams Haïti Overleg had de dames Madeleine Casimir van PADED en Emmeline Toussaint van BND op bezoek. Die vrijdagavond 11 mei werd een open avond in de traditie van ‘geef de Haïtianen zelf het woord om ons te informeren’. De opkomst in zaal 1 van Broederlijk Delen Brussel was misschien niet groot, de bezoeksters waren des te overtuigender over hun weerbaarheid en engagement. Hieronder proberen we hun bevindingen en verklaringen weer te geven.

Madeleine werkt als verantwoordelijke voor de vorming bij het Plateforme d’Agro-écologie et de Développement Durable. Emmeline is programmaverantwoordelijke bij het Bureau Nutrition et Développement. Twee Niet Gouvernementele Organisaties die sterk inzetten op rurale ontwikkeling. Ze waren een week in Nederland op uitnodiging van CORDAID en ook in België, omdat Brussel toevallig of niet de hoofdplaats van Europa is en zij een aantal gesprekken hadden met Europese parlementariërs en ambtenaren en deelnamen aan een forum van CIDSE rond de nieuwe tendensen voor EU financiering van ontwikkelingssamenwerking.

De gevolgen van de aardbeving

Onmogelijk om over de situatie in Haïti te spreken zonder het over de aardbeving te hebben. Zoveel verlies aan mensenlevens en leed en voor zoveel daklozen nog steeds geen beter leven in zicht. Nog ruim 400.000 mensen leven in mensonwaardige omstandigheden in voorlopige kampen. De tenten zijn versleten en vuil en bieden nauwelijks nog enige beschutting tegen de zware regens die dit jaar uitzonderlijk al op 12 maart begonnen. De klimaatveranderingen zijn ook in Haïti voelbaar. Meer en meer wordt druk uitgeoefend op de kampbewoners om de kampen te verlaten en wie het enigszins kan doet dit ook. In een programma om 16 kampen te ontruimen krijgen de families 20.000 gourdes (ongeveer 500 US$) als ze vertrekken om de huur voor het eerstvolgend jaar te betalen. Maar wat doe je daarmee als je alles verloor en geen inkomen hebt.
De CIRH (Comité Intérimaire pour la Reconstruction d’Haïti) heeft geen antwoord geboden aan de behoeften van de mensen. Er waren altijd voorwendsels of sensationele verhalen, maar er kwam slechts weinig tastbaars voor de slachtoffers. CIRH was opgericht voor een duur van 18 maanden in de urgentieperiode en heeft zeer toegedekt gewerkt, zonder democratische controle. Het mandaat eindigde eind oktober . Sinds november 2011 is geen enkele beslissing meer genomen, en bij gebrek aan een regering op dat moment is er nog geen verdere opvolging gekomen. .
Met het begin van het regenseizoen flakkert ook de cholera terug op en niet overal zijn er voorzieningen om die in te dammen of te bestrijden. Een aantal hulporganisaties trekt zich terug, de zogenaamde urgentieperiode is voorbij. Sommige hebben goed werk geleverd, maar andere hebben het assistentialisme en de afhankelijkheid sterk in de hand gewerkt. Zo zijn er momenteel veel meer inwoners in Port Au Prince dan vóór de aardbeving, ze hopen hun graantje van de noodhulp te kunnen meepikken. De stad is echt overbevolkt en de vestiging van de mensen loopt niet planmatiger dan vóór de aardbeving.

Er zijn genetisch gewijzigde zaden verdeeld onder de boeren en boerinnen. Een regelrechte bedreiging voor de landbouwproductie omdat zaadafname van de oogst minderwaardig zaad oplevert. De mensen hebben onvoldoende middelen om opnieuw deze zaden aan te kopen en tegelijkertijd zijn ze hun traditioneel zaaigoed soms kwijt. PADED geeft in zijn werk prioriteit aan voedselzekerheid en begeleidt de boeren om lokaal zaaigoed te telen en te verbeteren. Het treedt daarvoor toe tot netwerken met Dominicaanse en Caribische organisaties verenigd in RECA (Réseau Ecologique des Caraibes), zodat Haïtiaanse boeren en boerinnen aansluiting krijgen met de ontwikkelingen in de wereld, die hen aanbelangen en hen toelaten voor zichzelf te kunnen beslissen. Dit is constructieve solidariteit.

Het middenveld

In de jaren 2003 en 2004 is het middenveld sterk afgekalfd, o.a. omdat veel dynamische leiders naar de regering of de administratie werden gelokt. Velen migreerden tijdens de woelige periodes, vooral naar Canada. Het aantal hulp- en ontwikkelingsorganisaties is in Haïti sterk toegenomen na de aardbeving, sommige bronnen geven tot 14.000 organisaties aan, aanwezig in Haïti in 2011. Het feit is dat van veel organisaties absoluut niet duidelijk is wat ze doen. Ze hebben wel een duur kantoor en drijven door hun aantal de huurprijzen op. Ze rijden rond met nieuwe terreinwagens, hebben een mooi verhaal maar brengen weinig effectieve ontwikkeling op gang. Er is een groeiende aversie bij de gewone mensen t.a.v. de NGO’s. Veel politiekers hebben ook hun eigen hulporganisaties. We willen een pleidooi houden voor meer controle op de realisaties van NGO’s. Organisaties moeten zich inschrijven in een duidelijk beleid en kwaliteitsvol werk leveren.
Een zo grote NGO-aanwezigheid, werkt gewoon destabiliserend. Er zijn veel buitenlandse werknemers, heel vaak zonder enige kennis van de Haïtiaanse realiteit, ze trekken met hoge salarissen goede Haïtiaanse werkkrachten weg uit lokale organisaties en administratie. Te lang blijven ze in noodhulp hangen, de stap naar structureel ontwikkelingswerk moet sneller of direct complementair ingezet worden. Ze moeten ook effectief bijdragen in de nationale productie. Emmeline geeft aan hoe BND schoolkantines beheert in overleg met de ouders, die er vooral lokaal voedsel, liefst ook lokaal aangekocht, bereiden en daarnaast programma’s hebben die de ouders ook begeleiden bij een meer duurzame landbouw.

Het Vlaams Haïti Overleg had de dames Madeleine Casimir van PADED en Emmeline Toussaint van BND op bezoek. Die vrijdagavond 11 mei werd een open avond in de traditie van ‘geef de Haïtianen zelf het woord om ons te informeren’. De opkomst in zaal 1 van Broederlijk Delen Brussel was misschien niet groot, de bezoeksters waren des te overtuigender over hun weerbaarheid en engagement. Hieronder proberen we hun bevindingen en verklaringen weer te geven.

’s Lands beleid

De aardbeving had ook een tijdperk van nieuwe praktijken kunnen inluiden, had een nieuwe oriëntatie kunnen geven aan het beleid. De verkiezingen van 2010 – 2011 hadden in het teken kunnen staan van duurzame verandering. Maar niets van dat alles. Tijdens de campagne waren er gewelddadige incidenten, de uitslag van de eerste ronde werd niet aanvaard. Michel Martelly, die als president uit de tweede ronde kwam, slaagde er na weigering van twee kandidaten slechts na vijf maanden en met veel moeite in om een regering op de been te krijgen. Die eerste minister hield het amper vier maanden vol. Na nog eens drie maand werd op 14 mei Laurent Lamothe, in de vorige regering minister van buitenlandse zaken, aangesteld als eerste minister. Hij deed zware beloftes en Emmeline en Madeleine geven hem het voordeel van de twijfel. Hij is jong en dynamisch, als minister van buitenlandse zaken promootte hij het land goed aan de buitenwereld, en deed veel voor toerisme.
Maar aan de basis van al het gehakketak voor de regeringsvorming en de crisissen liggen enkele veelzeggende verklaringen: ‘de uitvoerend macht en de wetgevende macht kunnen het met elkaar niet vinden’ en een andere: ‘de bourgeoisklasse neemt de macht terug over en dat kunnen de parlementairen niet hebben’. Het regeringswerk is moeilijk en de vraag is maar wat deze rechts te situeren regering zal verbeteren voor de doorsnee Haïtiaan. Niet alleen loopt Jean Claude Duvalier, de in 86 verdreven ex-dictator, in Haïti vrij rond, zijn zoon Nicolas Duvalier is een belangrijk adviseur van Martelly.
Tot nog toe zijn van twee grote Martelly-beloftes weinig resultaten te melden. De nationale productie moet omhoog onder de slogan ‘aba gran gou’ (weg met de honger), maar met welke strategie wil men dat bereiken? Daar wordt weinig over gezegd, op het terrein zijn geen nieuwe acties. In allerhande discours maakt men de optelling van wat in het verleden gedaan werd, maar daar wordt niets nieuws aan toegevoegd. ‘Lékol gratis pou tout timoun’ (Gratis school voor alle kinderen) is een andere slogan, waarvan zeer onduidelijk is hoe en wat er precies gebeurt. De campagne promoot dat 903.000 kinderen nu gratis school lopen. Eerder werden al programma’s opgezet door de Wereldbank. De ironie is dat ouders kinderen wegtrekken uit scholen om ze in andere scholen van gratis onderwijs te kunnen laten genieten. In elk geval zijn er vanuit de overheid geen begeleidende maatregelen voorzien inzake uitrusting van scholen, bijkomende leerkrachten enz… waardoor de kwaliteit van het onderwijs sterk inboet. Welk gratis onderwijs dan? Er is veel kritiek hierop, onderwijs ligt de Haïtiaanse ouders heel nauw aan het hart. Madeleine legt uit hoe GADRU sterk samenwerkt met de scholen in hun werkgebied. Ze promoten een leerprogramma (eco-école) dat de kinderen en hun ouders meer in harmonie brengt met de natuur.

Heropstanding van het leger?

In verlaten kampen van MINUSTAH en in oude kazernes zijn militairen gesignaleerd. Ze beschikken over gehuurde voertuigen, ze hebben nieuwe uniformen, ze oefenen en dragen wapens en er zijn heel wat jongeren onder hen. Jongeren die te jong zijn om als oud militair door te kunnen gaan van het in ’94 door voormalig president Aristide ontbonden leger.
De heroprichting van het leger was een belofte van toenmalig kandidaat Martelly. Maar in het parlement werd daar niet over gedebatteerd, de regering reageerde tot nog toe niet op het fenomeen. Er zouden militairen in opleiding zijn in de VS. Waar komt de financiering vandaan? Zijn drugsbaronnen betrokken? Is de president betrokken? Een meer dan vreemde zaak.

Nieuwe vorm van mensenhandel

De dames beschreven een zeer verontrustend fenomeen van mensenhandel. Momenteel zouden al enkele duizenden Haïtianen in het Zuidoosten van Brazilië in zeer erbarmelijke omstandigheden leven. Ze zouden geronseld zijn in een circuit van Mexicaanse mensenhandelaars en overgebracht naar Brazilië, waar ze dan zonder enige begeleiding en totaal berooid aan hun lot worden overgelaten. Een verhaal waar we in volgende nieuwsbrieven zeker nog moeten op terugkomen.

‘Een ander Haïti is nog steeds mogelijk’

Ondanks de weinig bemoedigende situatie, herhaalden Emmeline en Madeleine verschillende keren ‘een ander Haïti is nog steeds mogelijk’. Effectief, als ze het dan hebben over het werk binnen hun organisatie werd duidelijker waar ze dit geloof uit putten. Ze hadden ook een waarschuwing, de mensen blijven t.a.v. de situatie nogal rustig en kalm. Sinds de nieuwe president aantrad, is er vanuit het gewone volk nog geen enkele reactie geweest, maar ze vinden die kalmte wel beangstigend. Als er geen duidelijke verbeteringen komen, en de regering en parlementairen hun verantwoordelijkheid niet ernstig nemen, zijn ze er toch niet helemaal gerust in, ondanks hun goede hoop .

Rhoddy Petit
17 juni 2012

Meer artikels uit deze rubriek