Mathias, 9 maanden, verhaalt:

U moet minsten één trefwoord met 3 of meer karakters opgeven.

Mijn mama in de school van Lukaku, mijn cursussurfende papa en ik bij onthaalmoeder Fatima: het beviel me nochtans opperbest in Anderlecht!

Een maand geleden stortte ik me in een nieuw avontuur. Een partnerorganisatie van Broederlijk Delen in Haïti zocht een krak in participatieve vorming. Mijn mama bleek de geknipte coöperante voor RNDDH, een nationaal netwerk voor de verdediging van de mensenrechten. Mijn papa en ik hebben ook veel goesting om mee te helpen “bouwen” aan een mooiere toekomst voor ons land, nadat Dougoudoup de hoofdstad haast volledig van de kaart veegde.

Diepe wonden

Mijn tante Betty vertelde me dat ze op 12 januari met haar gezin onder het beton van haar ingestorte huis gevangen kwam te zitten. Ze wist een gat te graven waardoor haar oudste dochtertje naar buiten kon kruipen. Ook mijn nichtje Beïna van één jaar redde zich zo. Maar het gat was té klein, enkel het hoofd van mijn tante kon erdoor. Eén buurman gaf haar niet op. Met engelengeduld en veel trekken en sleuren, wist hij haar te bevrijden. Zwaar gewond hangend op zijn rug wist ze dat God bij haar was. Haar zus Choupipi kwam ook onder datzelfde puin terecht. Ze hoorden haar roepen: “Ik ben hier”, maar konden niet bij haar. Haar lichaam hebben ze pas drie dagen later gevonden…. Telkens weer grijpen dit soort verhalen me bij de keel.

“Festivalsfeer”

In de stad waar mijn papa opgroeide, ligt nu de ene betonnen sandwich troosteloos naast de andere. Alle openbare pleinen, waaronder ook de Champs de Mars (equivalent van de Grote Markt), staan vol tentachtige constructietjes. De rijen chemische toiletten erbij doen denken aan een zomerfestival, maar dan wèl eentje dat al acht maanden aansleept. De grootste camping, een voormalig golfterrein in Delmas, telt 60.000 inwoners. De VN becijferde dat nog altijd 1,5 miljoen mensen camperen. Ik prijs me gelukkig dat we bij de directeur van RNDDH mogen logeren, tot we een eigen plekje gevonden hebben, en dat we mijn familie aan onderdak hebben kunnen helpen. Wonen in tentenkamp betekent immers: zero privacy, doorweekte diploma’s, niets veilig kunnen opbergen, ziek zijn van de hitte, de muggen en de stank.

Huisarrest

Sinds ik hier in Port-au-Prince ben, kom ik wel bijna nooit meer op straat. De eerste dag trok ik er nog wel samen met mijn papa op uit, maar de mensen riepen vanalles naar ons: “Waar is zijn mama?”, “Ben je
gek?”, “Een baby hoort niet op straat”,…. Ik zag dan ook bijna geen leeftijdsgenootjes, alleen één of twee onderweg naar de dokter. De dames in het gastvrije kapsalon, geïmproviseerd onder een bache, konden hun ogen niet geloven toen mijn papa (een màn!) mijn pamper ververste. Toch stel ik het hier zeer goed. Ik maak gemakkelijk vrienden, vooral vriendinnetjes ;-). Ook “mijn mondje is goed”. In het Creools betekent dat dat ik graag en vooral veel eet.

Wyclef for President!

De grote mensen hier praten veel over de presidentsverkiezingen in november. Er zit hier blijkbaar muziek in de politiek. Naast Wyclef Jean, zou ook Sweet Micky, die on stage graag zijn broek laat zakken en vuile praat verkoopt, graag meedingen naar dit veelbegeerde postje. Onder de stembusgangers zullen er waarschijnlijk ook heel wat overleden aardbevingsslachtoffers zijn, vermits die nooit allemaal als gestorven zijn geregistreerd.

Ik stem alvast voor een rechtvaardiger en menswaardiger Haïti! Stemmen jullie mee?

Lies De Wallef
9 oktober 2010

Meer artikels uit deze rubriek