Massale aanplant van jatropha bedreigt de voedselsoevereiniteit

U moet minsten één trefwoord met 3 of meer karakters opgeven.

Op vrijdag 16 oktober 2009, werelddag voor voedselsoevereiniteit, betoogden in de straten van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince ruim vijfhonderd boeren tegen de inplanting van teelten voor biobrandstoffen en vóór voedselsoevereiniteit. De optocht van deze afgevaardigden van boerenorganisaties uit het gehele land eindigde met de overhandiging aan het parlement van een belangrijke verklaring en een petitie met dertigduizend handtekeningen in die zin.

Jatropha curcas is één van die subtropische planten die de discussies tussen voor- en tegenstanders van biobrandstoffen hoog doen oplaaien. Het gaat om een giftige struik van gemiddeld vijf meter hoog, waarvan de zaden in de vorm van een noot tot veertig percent olie kunnen bevatten. Die biobrandstof kan zo gebruikt worden als brandstof of verwerkt – in vakjargon: verestert – worden tot een biodiesel van de zogenaamde tweede generatie.

Jatropha-olie is ongeschikt voor menselijke consumptie, maar hij werd in het verleden wel al voor medicinale toepassingen gebruikt. Met name werd er een laxeermiddel uit gewonnen. Vandaar ook de Nederlandse naam purgeernoot of schijtnoot. Maar door de hoge giftigheid wordt de noot nu niet meer voor dergelijke medicinale doeleinden gebruikt.
Biobrandstof die beter is dan kerosine

Olie van de Jatropha blijkt technisch zelfs beter dan kerosine: het levert meer energie en is beter bestand tegen kou”, aldus Billy Glover van vliegtuigbouwer Boeing. In zijn visie zouden binnen drie tot vijf jaar vliegtuigen op olie van de purgeernoot kunnen vliegen. Door Boeing werden al succesvolle proeven gedaan. Technisch is de balans dus zeer positief en het is dan ook niet te verwonderen dat de grootschalige agro-industrie hier munt wil uit slaan.

In verschillende subtropische landen zoals India, de Filippijnen, Indonesië, Ethiopië en Tanzania, zijn reeds programma’s gestart om de teelt van Jatropha curcas te bevorderen. De plant levert na ongeveer negen maanden zijn eerste zaden. De struik groeit ook op arme en zeer (!) droge grond en hoeft daarmee geen concurrent te zijn van voedselgewassen. Er is in tegendeel een groot voordeel met de purgeernoot voor vaak dorre bodems, waar geen gewassen voor menselijke of dierlijke consumptie kunnen groeien. De bemesting met de perskoek zou na zes tot negen jaar namelijk vruchtbaar land opleveren. Het gaat hier dus niet om de “voedsel versus brandstof”-discussie, maar er wordt juist nieuw akkerbouwland gecreëerd, zo argumenteren de pleitbezorgers voor biobrandstoffen.

Amerikaanse en andere belangen

Op het congres “Vijfendertig 35 jaar Mouvement des Paysans de Papaye” werden de thema’s voedselsoevereiniteit, kleinschalige boerenlandbouw en milieu geanalyseerd met vertegenwoordigers van collega-boerenorganisaties als Tèt Kole, KROS en andere genodigden. Volgens hun informatie zou president Bush op 26 maart 2007 tijdens een vergadering met de drie grote autoconstructeurs een oproep hebben gelanceerd om meer met biobrandstof aangedreven wagens te produceren.
Dit kadert in een tienjarenplan om de aardolieconsumptie in de VS met twintig procent te verminderen. Om de grondstoffen voor de biobrandstoffen te kunnen verwerven, voerde president Bush in alle stilte onderhandelingen met president Lula van Brazilië en ook met president René Préval van Haïti. Een Jatropha-stichting werd opgericht met Amerikaanse, Braziliaanse en Haïtiaanse zakenmensen, en ook Bill Clinton, speciaal gezant van de Verenigde Naties voor Haïti, ziet voordeel in Jatropha-investeringen in Haïti. Hij bracht onlangs een groep zakenmensen naar Haïti in o.a. dit perspectief. De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank zou tot 500 miljard US dollar vrij kunnen maken om de productie van biobrandstoffen te ondersteunen en dat is héél veel geld en dus wint biobrandstof in stilte terrein in veel landen, zeker in grote landen als Brazilië.

Boeren in verzet

Het verzet van de Haïtiaanse boerenorganisaties tegen de inplanting van biobrandstofgewassen is groot omdat zij voor Haïti enkel een ontwikkeling en toekomst zien als de kleinschalige familiale boerenlandbouw echt wordt ondersteund om bij te dragen in de voedselsoevereiniteit van het land. De zelfvoorziening met voedsel is door onder andere de dalende bodemvruchtbaarheid en opbrengsten en het openstellen van de grenzen in het kader van vrijhandel en ongelimiteerde import van voedingsproducten gedaald tot nauwelijks veertig procent. In de jaren zeventig was het land nog helemaal zelfvoorzienend.

Haïti moet volgens hen niet in de Jatropha-val lopen, maar voedselgewassen promoten en werken aan het herstel van het milieu met bomen die vruchten voor de mensen opleveren, de bodemvruchtbaarheid verbeteren, dieren voeden en hout produceren om in de nationale behoeften te voorzien. De boerenorganisaties vragen de overheid om tot dertig procent van het nationale budget te investeren in maatregelen voor het dringende en dwingende herstel van het milieu en in de kleinschalige boerenlandbouw.

Een gewaarschuwde boer is er drie waard

De boerenorganisaties waarschuwen voor het Jatropha -wonder zoals voorgesteld door de agro-industrie. Proeven in Nederland wijzen op duidelijke nadelen van Jatropha. Het is een enorme waterverbruiker, tot 20.000 liter per liter biobrandstof tegenover 2.000 liter water bij suikerriet. Jatropha groeit wel op arme gronden, maar levert geen aanvaardbaar rendement voor de agro-industrie, tenzij men vruchtbaar en geïrrigeerd land gaat beplanten. Bovendien is de toxiciteit van die aard dat dieren eraan sterven en zou het een negatieve invloed uitoefenen bij de productie van mango’s omdat het plagen van witte vlieg bevordert.
“Nee!” dus aan de biobrandstofplannen van de agro-industrie, zeggen de boerenorganisaties, en “Ja!” aan de ondersteuning van de kleinschalige boerenlandbouw die de voedselproductie moet garanderen en het leefmilieu herstellen.

Rhoddy Petit
1 december 2009