Komt er stabiliteit?

U moet minsten één trefwoord met 3 of meer karakters opgeven.

Foto: Liesbet De Pooter

Haïti werd getroffen door overstromingen, president Préval wil de grondwet wijzigen, de blauwhelmen blijven, ondanks wangedrag van de Sri Lankaanse soldaten, en de Dominicaanse Republiek komt geregeld in het nieuws.

Eind september sprak president René Préval de Verenigde Naties toe. Hij had het over de Minustah, de blauwhelmen die al verscheidene jaren in Haïti de orde trachten te handhaven. Préval zei dat hij wenste dat de gepantserde wagens en de wapens van de Minustah zouden worden omgevormd tot bulldozers die wegen heraanleggen en tot ploegen om het land te bewerken. “Iedereen legt me uit dat zoiets niet kan, dat het geld voor gepantserde voertuigen en wapens niet gebruikt kan worden voor ontwikkeling” betreurde hij.

Daarnaast benadrukte hij dat Haïti traag en geduldig, maar met overtuiging, neen zegt aan het “failliet”. Hij legde uit dat de gewapende bendes, die verantwoordelijk zijn voor heel wat geweld, ontmanteld zijn, dat de economische situatie verbeterd is en dat er een klimaat van rust heerst onder de politici. Préval toonde zich de advocaat van de landen die te kampen hebben met drughandel. Hij riep op om die landen financieel te steunen. Hij drukte zijn bereidheid uit om de Verenigde Staten en Canada te helpen met hun strijd tegen drugs.

Wijziging van de grondwet?

Op 17 oktober lanceerde Préval het idee van een grondige hervorming van de Haïtiaanse grondwet. Hij stelde voor om een groep van Haïtiaanse en buitenlandse experts samen te stellen om dit te onderzoeken. Préval legde uit dat de grondwet van 1987 een grote bron van instabiliteit vormt voor de toekomst van het land. Volgens hem heeft het Haïtiaanse volk voor deze grondwet gestemd om elke terugkeer naar de dictatuur te vermijden. “De grondwet is een goed wapen om dictaturen onmogelijk te maken, maar is ze geschikt om de democratie te handhaven?” vroeg Préval zich af.

De president somde vele hinderpalen op die de grondwet bevat. Zo kan bijvoorbeeld de president de eerste minister die hij benoemd heeft niet ontslaan. Verder moeten er volgens de grondwet veel verkiezingen worden gehouden in een land dat niet de middelen heeft om ze te betalen. “Gaan we altijd aan de internationale gemeenschap vragen om onze verkiezingen te betalen? Zou het geld voor deze verkiezingen niet beter besteed worden aan het bouwen van scholen en ziekenhuizen en het aanleggen van wegen?”

Gedeeltelijke verkiezingen

Normaal gezien moeten er binnenkort verkiezingen gehouden worden om één derde van de senatoren te vernieuwen. De Voorlopige Kiesraad (CEP) die de verkiezingen van 2006 organiseerde, ligt onder vuur. Twee leden van deze CEP beschuldigden drie collega’s van verduistering en corruptie. Het is nog niet duidelijk of er een nieuwe CEP komt om de oude te vervangen. Deze verkiezingen zouden normaal in december gehouden moeten worden.

Verschillende volksvertegenwoordigers verklaarden op een persconferentie dat het initiatief van Préval gevaarlijk is voor de democratie. Andere politici zeiden dat een hervorming van de grondwet geen prioriteit is voor het land. Iemand stelde voor om hierover een grote volksraadpleging te houden.

Overstromingen

Haïti werd de voorbije maanden herhaaldelijk getroffen door noodweer. In augustus kwamen negen mensen om tijdens de doortocht van de cycloon Dean.

Vooral tijdens de maand oktober was er wateroverlast. Begin oktober veroorzaakte hevige regenval overstromingen in het zuiden van Haïti. Bijna 3000 families werden getroffen, waarvan het merendeel in de stad Les Cayes. Wegen liepen onder water, vele dieren kwamen om en velden met landbouwgewassen werden verwoest. Midden oktober veroorzaakten wolkbreuken wateroverlast in dorpen op de flanken van ontboste hellingen ten noorden van Port-au-Prince. Balans: 37 doden en 4 vermisten.

In Cabaret vernielde de vloed van twee rivieren verschillende huizen. De bewoners werden opgevangen in voorlopige schuilplaatsen en kregen voedselhulp. Volgens UNICEF zouden 700 000 kinderen getroffen zijn door de overstromingen en hun gevolgen. Eind oktober passeerde de tropische storm Noël. Overstromingen en grondverschuivingen leidden tot de dood van 66 mensen, 16 vermisten en 104 gewonden. Ongeveer 10 000 families werden getroffen.

Begin november vielen in Cap Haïtien twee doden ten gevolge van overstromingen. De Wereldbank gaf 4 miljoen dollar noodhulp aan Haïti.

De Minustah

Op 15 oktober heeft de Veiligheidsraad van de VN het mandaat van de Minustah met een jaar verlengd. De militaire tak van de missie bestaat uit 7060 soldaten. Daarnaast zijn er 2019 politiemannen. De Veiligheidsraad vindt het noodzakelijk dat de Minustah naast het zorgen voor stabiliteit ook patrouilles houdt langs de grens om te strijden tegen drugs- en wapenhandel. De Minustah moet ook de dialoog tussen alle politieke partijen bevorderen en meehelpen aan de organisatie van de volgende verkiezingen op het stuk van logistiek en veiligheid.

Cesfront

Vijfhonderd Dominicaanse soldaten die de grens bewaken, vormen sinds 26 september Cesfront. Zij kregen een speciale opleiding van twee jaar op het stuk van van antidrugsoperaties, controle van de migratie, strijd tegen het terrorisme, en smokkel van wapens, munitie en springstoffen. Tegen midden augustus 2008 zou de speciale legereenheid 2000 soldaten moeten tellen. Begin oktober al veroordeelden inwoners van Dajabon, een Dominicaanse stad die grenst aan Haïti, het brute optreden van de Cesfront tegen Haïtianen. Een journalist was er getuige van hoe soldaten van Cesfront Haïtianen, die werkzaam waren in de bouw, aftuigden.

In september was er opschudding toen de Braziliaanse orde van advocaten het bataljon Braziliaanse blauwhelmen in Haïti een bezettingsmacht noemde. De Braziliaanse ambassadeur protesteerde hier fel tegen. Hij zei dat de 1200 Braziliaanse soldaten helemaal geen bezettingsmacht vormden. Hij voegde eraan toe dat het doel van de missie niet alleen militaire hulp is, maar ook de wederopbouw van het land.

Ernstiger was het schandaal met de blauwhelmen van Sri Lanka die deel uitmaken van de Minustah. De soldaten werden beschuldigd van het bezoeken van prostituees, onder wie minderjarigen. Op 3 november werden 111 soldaten en 3 officieren van Sri Lanka gerepatrieerd omdat ze het reglement van de Minustah overtreden hadden. Verschillende Haïtiaanse vrouwenorganisaties eisten dat de soldaten voor de Haïtiaanse justitie gebracht zouden worden. Volgens een vrouwenorganisatie betaalden de soldaten 5 dollar voor seksuele relaties met minderjarige Haïtiaanse meisjes.

De Dominicaanse Republiek

De Dominicaanse Republiek werd eveneens getroffen door de tropische storm Noël. De situatie in sommige bateyes, waar vele Haïtiaanse suikerrietkappers leven, was desastreus. Bruggen werden vernield en meerdere bateyes waren verschillende dagen van de buitenwereld afgesneden. Vele huizen liepen onder water en de waterputten werden besmet.

Een comité “Herinnering 1937” werd opgericht in Haïti. Tussen 2 en 8 oktober 1937 werden in de Dominicaanse Republiek onder dictator Trujillo duizenden Haïtianen door het leger vermoord. Zwarte Dominicanen ondergingen hetzelfde lot. Het Haïtiaans comité organiseerde allerlei activiteiten om het bloedbad van 1937 te herdenken. Het comité stelde vast dat na 70 jaar de relaties tussen de twee volkeren geëvolueerd zijn en intenser en complexer geworden zijn. Niettemin worden vandaag Haïtiaanse migranten nog sterk gediscrimineerd in de Dominicaanse Republiek.

In de Dominicaanse katholieke kerk ontstond een ware polemiek rond het bloedbad van 1937. Tijdens een misviering in de parochie Dajabon vroeg een bisschop, in naam van de Dominicaanse katholieke kerk, vergiffenis aan het Haïtiaanse volk voor het bloedbad. De kardinaal en aartsbisschop van Santo Domingo verklaarde hierop dat het Dominicaanse volk geen vergiffenis moet vragen aan het Haïtiaanse volk omdat de verantwoordelijke voor het bloedbad Trujillo is. Het Dominicaanse volk treft geen enkele schuld volgens de kardinaal.

Twee experts van de Verenigde Naties, die zeven dagen op bezoek waren in de Dominicaanse Republiek, stelden voor dat er een wet en een actieplan zou worden opgesteld tegen het racisme. Ze verklaarden dat ze geen spoor van discriminatie in de politiek van de regering konden vinden, maar dat er niettemin een diepgeworteld probleem is van racisme en discriminatie ten overstaan van Haïtianen, Dominicanen van Haïtiaanse afkomst en zwarten. Een expert betreurde de massieve repatriëringen van Haïtiaanse immigranten die buiten elk wettelijk kader gebeuren. Hij werd ook geraakt door de armoedige omstandigheden waarin de arbeiders van de bateyes leven. De Dominicaanse minister van Buitenlandse zaken verwierp de bevindingen van de experts. Hij sprak van een complot tegen de Dominicaanse Republiek.

Bart Van Malderen
1 december 2007