Haïti – Dominicaanse Republiek

Kamp Parc Cadot, nabij Anse-à-Pitres
Kamp Parc Cadot, nabij Anse-à-Pitres

Een moeilijk nabuurschap

Recent had ik de kans de film CRISTO REY te zien, in het kader van de week van Peliculatina, in Brussel. De film brengt het verhaal van de verhouding tussen Dominicanen en Haïtianen in de Dominicaanse Republiek en de manier waarop naar de Haïtianen gekeken wordt. In de film wordt duidelijk hoe groot de vooroordelen zijn en hoe kinderen vanaf hun jongste dagen ‘gewaarschuwd’ worden voor die ‘gevaarlijke en slechte’ Haïtianen. Een aanrader voor wie wat inzicht wil krijgen in het probleem.

Wie dacht dat we in de 21e eeuw geen gedwongen migratie en uitdrijving meer zouden kennen, komt bedrogen uit. We moeten tot onze schande vaststellen dat de mens zich ook vandaag nog altijd even bedreigd voelt als bij grote stromen migranten in de voorbije eeuwen. Denken we maar aan onszelf.

Zo ook situeren de relaties tussen Haïti en de Dominicaanse Republiek, die samen deel uitmaken van hetzelfde eiland Hispaniola, zich al sinds jaar en dag op de rand van conflicten. De twee landen hebben van oudsher historische, diplomatieke, economische, politieke, culturele banden. En bij de aardbeving in Haïti zagen we vanwege de Dominicaanse Republiek een nooit gekende solidariteit en hulp vanaf het eerste moment. Deze openheid en solidariteit bleef echter niet duren.

Van oudsher een moeilijke relatie
Ook in de 20e eeuw al trokken vele Haïtianen naar de Dominicaanse Republiek, o.a. in de periode van de Amerikaanse bezetting van 1915 tot 1934. Het was een eerste grote golf van migratie.
Later, sinds de jaren 1950 en de Duvalier periode bestond er een soort overeenkomst met de Dominicaanse leiders dat er jaarlijks een contingent ‘gastarbeiders’ naar de Dominicaanse Republiek gestuurd werd, soms tegen wil en dank, om er in de suikerrietplantages te gaan werken. Ze waren vaak slachtoffer van uitbuiting en mistoestanden in deze ‘bateyes’. Sommigen werden zelfs getekend om het vluchten te beletten. Na het einde van de Duvaliers werden deze overeenkomsten niet meer opgevolgd, maar de Dominicanen, vaak militairen die na hun uren wat bijverdienden, bleven verder Haïtianen ronselen voor de suikerrietplantages.

Na de periode van de grote Dominicaanse dictators, zoals Rafael Trujillo en Joaquín Balager, dacht men dat de conflicten zouden verminderen en men tot een vreedzame nabuurschap zou kunnen komen. Men hoopte de periode van de grote slachting van Haïtianen in 1937 aan de rivier Massacre in opdracht van Trujillo als geschiedenis te kunnen beschouwen. Men zou kunnen bouwen aan een sterke samenwerking tussen de beide staten en de beide volkeren, om samen aan vooruitgang te werken.

Uitdrijvingen sinds jaar en dag
De realiteit toont echter dat dit tot vandaag niet evident is. Telkens als er verkiezingen aankomen in de Dominicaanse Republiek steekt het probleem van de Haïtiaanse migranten de kop op. Rechtse regeringen, al jaren aan de macht in de Dominicaanse Republiek, willen scoren bij hun kiezers en moeten dus werk maken van het probleem van die Haïtianen.
Zo waren er tijdens een weekend in mei 2005, onterende en massale uitdrijvingen van Haïtianen en Dominicanen van Haïtiaanse oorsprong. Ook Dominicanen zelf met donkere huid ontspringen de dans niet. Ook in 2008 waren er heel wat problemen.

Jongeren in Kamp Parc Cadot
Jongeren in Kamp Parc Cadot

De situatie van de Haïtiaanse immigranten in de Dominicaanse Republiek is ver van opgelost.
In de Dominicaanse Republiek is er geen bereidheid om hen en hun afstammelingen te integreren;
Haïti lukt er nauwelijks in de situatie van miserie en armoede en honger te keren en geraakt ook niet los uit de politieke crisis, waardoor het geen mogelijkheden heeft te zorgen voor zijn eigen onderdanen, laat staan voor mogelijke nieuwkomers uit de Dominicaanse Republiek.
De twee landen respecteren de wetten en binationale overeenkomsten niet, noch de internationale verdragen in verband met vluchtelingen en repatriëringen.

De huidige migratiecrisis startte met een beslissing, in september 2013, door het Grondwettelijk Hof van de Dominicaanse Republiek om de nationaliteit te ontnemen aan meer dan 200.000 Dominicanen geboren in de Dominicaanse Republiek uit Haïtiaanse ouders. Hierop kwam enorme reactie vanuit de internationale organisaties en de Caricom. President Medina van de Dominicaanse Republiek besloot dan, onder druk, tot een humanitaire oplossing, en in het Congres werd in mei 2014 unaniem een Speciale Wet voor Naturalisatie gestemd. Zodoende konden Dominicanen van Haïtiaanse afkomst toch stappen zetten voor het verwerven van hun nationaliteit en burgerschap. Binnen deze groep mensen waren er die ingeschreven waren in het burgerlijk register=groep A, en degenen die geen documenten bezaten=groep B. De mensen van groep A kregen automatisch hun Dominicaans burgerschap terug na overschrijving in het burgerlijk register, behalve zij die frauduleus hun documenten hadden gekregen. Op 22 juni 2015 kondigde men aan dat 55.000 mensen van dit proces van inschrijving hadden kunnen gebruik maken.

De mensen in groep B, dus die zonder documenten, moeten hun naturalisatie aanvragen na een wachtperiode van twee jaar, periode gedurende dewelke ze als buitenlanders beschouwd worden. Het zou hier gaan om ongeveer 100.000 mensen. De kans is groot dat het voor deze mensen helemaal niet lukt, omdat de procedures om aan documenten zoals geboortebewijzen etc. te geraken, ongelooflijk moeilijk zijn. En intussen zijn ze dus rechtenloos.

Voor de buitenlanders is er dan nog het regularisatieplan. Dit betreft migranten die buiten de Dominicaanse Republiek werden geboren. De overheid meldt dat tegen de limietdatum van 17 juni 2015 ongeveer 288.500 mensen een aanvraag indienden. Er werd dan nog een extra periode toegestaan tot 1 augustus voor wie nog extra documenten moest bezorgen.

Er blijven echter nog velen vragen. Want volgens UNICEF heeft bvb 1 op 5 kinderen jonger dan 5 jaar geen geboortecertificaat. Hoe zal men omgaan met de Dominicanen van Haïtiaanse afkomst zodra de uitwijzingen hernemen? Hoe zal men in het uitwijzingsproces omgaan met mensen zonder papieren?
Hoe zullen de mensen opgevangen worden in Haïti.
Vele Haïtianen verlaten de Dominicaanse Republiek ook op eigen initiatief uit vrees voor repressies vanwege de bevolking. Want er waren al een paar moorden en agressies tegenover Haïtianen.

De Haïtiaanse president van zijn kant meldde dat de terugkeerders op een waardige manier zouden opgevangen worden, maar in de praktijk is er nog niet veel initiatief genomen vanwege de overheid.
De Jesuit Refuguee Service in Ouanaminthe telde in mei al 6680 haïtiaanse migranten. In juli telde men in de streek van Anse-à-Pitres drie kampen met in totaal ongeveer 4.500 teruggekeerden. Zij zoeken het in de kampen omdat ze geen familie hebben of Haïti niet of nauwelijks nog kennen. Deze cijfers bevatten dan nog niet de velen die terugkeerden en terecht kunnen bij familie of vrienden, maar dus ook geen werk hebben. Velen weten niet waar naartoe en wachten.

Welk antwoord op de crisis?
Als de overheden geen antwoorden bieden op deze problemen, dan is het aan de civiele maatschappij om verantwoordelijkheden te nemen en de zorg op zich te nemen van deze mensen, vaak vele vrouwen en kinderen. Deze laatste voelen zich nu al ‘verstoten’ door iedereen.
Organisaties zoals GARR (Groupe d’Appui aux Réfugiés et Rappatriés), Solidarité Fwontaliye/SJRM (du Service des Jesuites pour les Réfugiés et migrants) en lokale solidariteitsgroepen of parochiegroepen zoals bvb de mensen nabij het kamp Parc Cadot in de buurt van Anse à Pitres, in de buurt van de Dominicaanse grens, organiseren zich om mensen op te vangen en te helpen.
De vraag is hoe lang dit kan volgehouden worden, zonder extra middelen en steun van overheid of buitenland.

Greet Schaumans
8 oktober 2015

Meer artikels uit deze rubriek